Concept | Auteurs | Boeken | Partners | Pers | Kalender | Foto's | Inschrijven

 
logo Lezen op Zondag
 
   
 

© Corbino

 
   

Lezen op Zondag

 
 

Auteur | Arthur Japin

 

Arthur Japin (°1956) studeerde enkele jaren Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam om daar vervolgens de theaterschool te doorlopen, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij speelde diverse rollen voor radio en televisie en op toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie.

In 1987 ontdekte hij het historische, maar tot dan toe onbekende verhaal van twee Afrikaanse prinsjes die in het negentiende-eeuwse Nederland als Hollanders werden opgevoed. Hij stopte met acteren en begon te schrijven. Ondertussen schreef hij diverse korte verhalen, hoorspelen, toneelstukken en televisiefilms en debuteerde hij in 1996 met de verhalenbundel Magonische verhalen. Zijn debuut werd veelgeprezen in de literaire kritiek, maar hij brak pas bij een groot publiek door met zijn tweede boek, het verhaal van de twee prinsjes: de roman De zwarte met het witte hart, die wereldwijd vertaald werd en die hem internationale roem bezorgde. Met Een schitterend gebrek won de auteur de Libris Literatuurprijs. In 2006 schreef hij het Boekenweekgeschenk De grote wereld. In 2008 verscheen zijn bestseller De overgave en in 2010 Vaslav.

 

De overgave

Texas 1836 – een groep jonge Comanche-indianen overvalt het fort van de pioniersfamilie Parker. Granny, de moeder van het gezin, moet toezien hoe haar kinderen en kleinkinderen worden ontvoerd en hoe haar man wordt vermoord. De vrouw overleeft het ondraaglijke op pure wilskracht.
Veertig jaar later krijgt de dan hoogbejaarde Granny, bezoek van Quanah, de aanvoerder van de door haar zo gehate Comanche. Hij is op weg om zich over te geven en zijn verslagen volk voor altijd in het reservaat te leiden. Hiermee wordt, na bijna vierhonderd jaar, de onderwerping van de oorspronkelijke bewoners van Amerika een feit.
'De overgave' vertelt het aangrijpende en onvoorstelbare leven van een vrouw die in het gevecht om haar kinderen en kleinkinderen uiteindelijk het machtigste wapen moet leren hanteren: vergeving.
'De overgave', gebaseerd op historische feiten, is een roman van hoop, wraak en nietsontziende liefde.

 

Vaslav

Op het hoogtepunt van zijn roem richt de wereldberoemde balletdanser Vaslav Nijinski zich midden in een optreden tot zijn publiek. ‘Nu is het kleine paardje moe,’ zegt hij en loopt het toneel af. De rest van zijn leven, nog 31 jaren, brengt hij door zonder te spreken en zonder ooit nog te dansen. In het mondaine skioord Sankt Moritz reconstrueren drie ooggetuigen de gebeurtenissen rond deze noodlottige dag, 19 januari 1919, ieder vanuit zijn of haar eigen optiek: zijn echtgenote Romola, die als een tijgerin heeft gevochten om deze ‘God van de dans’ te veroveren, zijn afgewezen minnaar, de legendarische Sergej Diaghilev, oprichter van de Ballets Russes, die alles in het werk heeft gesteld omhem te vernietigen, en zijn bediende, die uit de dramatische beslissing van zijn meester moed put om ook zijn eigen leven radicaal om te gooien. Te midden van de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog hoopte Nijinski de mensheid te kunnen bekeren tot de liefde. Als hij merkt dat hij niet gehoord wordt, zelfs niet door hen die van hem houden, sluit hij zich voorgoed van de wereld af. Is dat een daad van waanzin of van wijsheid?

 

Maar buiten is het feest

Wanneer een succesvolle en geliefde zangeres een rechtszaak aanspant om een jong meisje uit handen van een verkrachter te houden, dreigen de geheimen uit haar eigen verleden openbaar te worden. Is zij daar klaar voor? Onder druk van de dreigende publiciteit keert zij in herinnering terug naar een jeugd die getekend is door misbruik en geweld. In een huis waar zij 24 uur per dag wordt bekeken en begluurd, gaat zij, om zichzelf en haar zusjes te redden, de strijd aan met haar tirannieke stiefvader.

 

 

 

 

 

De gevleugelde

‘Hier Max… hier is het misgegaan. Op het eiland. Na nos bunita Kòrsou.’
Curaçao, 1961. Op een septemberochtend laat taxichauffeur Roy Tromp zijn twaalfjarige zoon Max achter in de klas van broeder Daniel. Max blijkt een talentvolle jongen die ervan droomt om onderwijzer te worden. Broeder Daniel, zelf een kind van het eiland, wil hem daarbij helpen. Veertig jaar later is er van die droom niets terechtgekomen en vertrekt Max onverwacht naar Nederland, misschien wel voorgoed. Tijdens een doorwaakte nacht denkt broeder Daniel terug aan zijn bijzondere band met de familie Tromp. Intussen hoopt hij op nieuws van Max. Tegen de achtergrond van een gemeenschap die gevangen is tussen traditie en vernieuwing, tussen vroeger en nu, is Maan en zon een generatieroman over afkomst en armoede, eer en bedrog – een verhaal over vaders en zonen en de ziel van een eiland.