Johan De Boose
© Koen Broos
Johan de Boose (1962) is doctor in de Slavische Talen en Oost-Europakunde aan de Universiteit Gent. Hij werkte voor theater, televisie en radio. Momenteel is hij voltijds auteur van fictie, literaire non-fictie en poëzie. Zijn recentste publicaties zijn de roman Noem het middernacht (2007), De poppenspeler en de duivelin. Reis naar de schimmen van Kroatië (2009) en de dichtbundel Geheimen van Grzimek (2010). Met zijn nieuwste en meest ambitieuze roman Bloedgetuigen (2011) won hij in november 2011 de Halewijnprijs-literatuurprijs van de stad Roermond. Bloedgetuigen is ook genomineerd voor de Cutting Edge-publieksprijs 2012 die op 3 februari in de Vooruit in Gent wordt uitgereikt.
Noem Het Middernacht
'Noem het middernacht' beschrijft het verhaal van Lemmus Lemmus, een hispanic die aan lagerwal raakt, zijn familie in de steek laat en zich terugtrekt in een bergdorp vlak bij de Mexicaanse grens. Hij komt er terecht in de kleurrijke chaos van verslaafden en outlaws, terwijl zich ver boven hun hoofd Amerika’s dramatische politiek afspeelt. Zijn vlucht loopt slecht af.
Het verhaal van Lemmus Lemmus wordt verteld door zijn enige intimus, een Europese schrijver die veel weg heeft van de auteur zelf en die het spoor van zijn vriend volgt op de onherbergzame hoogvlakte van de Rocky Mountains en in de Midden-Amerikaanse bordelen. Johan de Boose heeft een roman over een verstikkende vriendschap en een ongenadige liefde geschreven, in de beste traditie van Cormac McCarthy en William Faulkner.
Bloedgetuigen
Drie mensen en hun families worden door de oorlog elkaars lotgenoot, hoewel ze elkaar nooit ontmoeten: een Vlaamse oostfrontstrijder, een Sovjet-Russische infanterist en een vrouw in bezet Leningrad. Ze belanden in het labyrint van blind idealisme en eindigen in de beerput van een zogenaamde beschaving. Intussen levert de alwetende Twintigste Eeuw gewetenloos commentaar.