Sophie De Schaepdrijver

Sophie De Schaepdrijver (1961) studeerde geschiedenis in Brussel en Florence en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1990. Zij gaf college aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Leiden en woont en werkt sinds 1995 in de Verenigde Staten; zij doceert sinds 2000 moderne Europese geschiedenis aan Penn State University. In 1997 verscheen de eerste druk van De Groote Oorlog, door recensenten geprezen als een vernieuwende blik op een ingrijpende oorlogservaring.

De Groote Oorlog. Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog

Op 4 augustus 1914 viel het grootste invasieleger tot dan toe ooit gemobiliseerd, een klein en weinig oorlogsbereid buur­land binnen. En zo begon voor België de Groote Oorlog. Een oorlog die leek op die van andere landen en toch ook weer niet. Belgiës Eerste Wereldoorlog verliep op twee fronten: in de modder van de IJzer en in het bezette land. Loopgraven én bezetting, gifgas én dwangarbeid, of twee oorlogen in één: ’14-’18 was voor België, wellicht meer nog dan voor andere landen in Europa, de erfzonde van de twintigste eeuw.
Sinds de publicatie van De Groote Oorlog in 1997 heeft het onderzoek naar Belgiës Eerste Wereldoorlog een stroomversnelling gekend. Deze heruitgave biedt een nieuwe inleiding.

Erfzonde Van De Twintigste Eeuw

De Eerste Wereldoorlog was de erfzonde van de twintigste eeuw. De oorlog bracht een wereld van vanzelfsprekendheden in stelling – om bij een heel andere wereld uit te komen. De essays in deze bundel gaan over vanzelfsprekendheden van de oorlogsgeneratie, over herdenking en rouw, over spotprenten, frontschrijvers, bezettingsromans, oorlogsdagboeken en nationaal heldendom, over Käthe Kollwitz, Siegfried Sassoon en Max Deauville, over geweld en kitsch en troost: de wereld van de wereldoorlog.